Vernieuwd NBV cursusboek Bijengezondheid
In de afgelopen maanden is er door de Commissie Bijengezondheid, in samenwerking met de Commissie Imkeronderwijs (CIO), hard gewerkt aan een grondige herziening en actualisering van de NBV‑cursusmap Bijengezondheid. Deze nieuwe versie bevat actuele inzichten, nieuwe kennis en waardevolle aanvullingen ten opzichte van de vorige editie. Daarmee is deze cursusmap uitgegroeid tot een onmisbaar naslagwerk: een vast onderdeel van de ‘EHBO‑koffer’ van iedere imker.
Dit cursusboek, Bijengezondheid van de NBV, is bedoeld voor imkers die de Basiscursus Imkeren hebben afgerond. Daarnaast is deze map opgezet als lesboek voor deelnemers aan de cursus Bijengezondheid. De inhoud richt zich op het herkennen van de verschillende ziekten en plagen bij bijen en biedt handvatten om tijdig de juiste maatregelen te treffen, met als doel schade te beperken en de bijenstand gezond te houden. Tevens dient de informatie ter preventie: het gezond houden van volken om ziekten zoveel mogelijk te voorkomen.
Kunnen waarnemen betekent weten waar je op moet letten, zodat je gezond en afwijkend beeld en gedrag kunt herkennen en interpreteren. Om die reden zijn in deze werkmap veel afbeeldingen opgenomen ter ondersteuning van het leerproces.
Deze werkmap is ingedeeld in vier delen:
• Deel 1 gaat over hygiënisch imkeren.
• Deel 2 behandelt de verschillende ziekten en plagen bij volwassen bijen. Aan bod komen ziekten veroorzaakt door virussen en mijten en diverse ingewandsziekten. Daarnaast zijn er ziekten die de onvolwassen stadia van bijen (larven en poppen) aantasten; deze worden aangeduid als broedziekten. Het gaat hierbij om ernstige en besmettelijke aandoeningen die aanzienlijke schade kunnen aanrichten, zoals Europees vuilbroed. Verder wordt aandacht besteed aan andere belagers, waaronder de Aziatische hoornaar, wasmotten en wespen.
• Deel 3 betreft de meldingsplichtige ziekten, zoals Amerikaans vuilbroed (AVB). Hiervoor is een apart protocol opgesteld waarin de imker verplicht is een vermoeden van AVB te melden bij een bijengezondheidscoördinator (BGC), die het protocol verder afhandelt. Andere meldingsplichtige plagen zijn de Tropilaelapsmijt en de kleine bijenkastkever.
• Deel 4 is volledig gewijd aan de varroamijt (Varroa destructor) en de bestrijding daarvan met toegelaten middelen. Uiteraard is het streven gericht op het verkrijgen van VSH‑volken (Varroa Sensitive Hygiëne), waarbij de bijen zoveel mogelijk zelf de varroadruk beheersen.
Honingbijen kunnen ook aanzienlijke schade ondervinden door externe factoren. Denk hierbij aan omgevingsinvloeden zoals habitatverlies, waardoor er onvoldoende gevarieerd stuifmeel en nectar beschikbaar is, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in landbouw en industrie, klimaatverandering en de dreiging van de Aziatische hoornaar.
Een grote bedreiging staat echter vaak achter de kast: de imker zelf. Door gebrek aan kennis of onvoldoende nauwkeurigheid kan een volk verzwakken, verdwijnen of sterven. Enige zelfreflectie is daarom op zijn plaats, evenals respect voor deze bijzondere dieren en het vernuft waarmee een bijenvolk zichzelf in stand houdt. De imker draagt verantwoordelijkheid voor de gezondheid van zijn of haar eigen volken en draagt daarmee ook bij aan de gezondheid van volken van collega‑imkers in de directe omgeving.
Samengevat streven we naar volken met Varroa Sensitive Hygiëne én naar de VSI: de Varroa Sensitieve Imker.
Nieuw in deze druk is de beschrijving van de Aziatische hoornaar. Omdat bestrijding en preventie hiervan nog volop in ontwikkeling zijn, is een verwijzing naar actuele websites onmisbaar. Daarom zijn achterin diverse QR‑codes opgenomen die snel toegang geven tot relevante en actuele informatie.
In het kader van de ambitie om in 2033 toe te werken naar (meer) behandelvrij imkeren, wordt onder andere de broedvrije periode met behulp van de arrestkooi beschreven. Deze methode kan in de toekomst mogelijk ook onderdeel worden van de bestrijdingsstrategie wanneer de Tropilaelapsmijt in Nederland wordt vastgesteld. Daarnaast is per ziektebeeld een korte samenvatting opgenomen onder het kopje ‘Kort en bondig’.
Nieuw is tevens de open kunstzwermmethode, die kan worden toegepast bij niet‑klinische verschijnselen van Amerikaans vuilbroed (AVB).
Tot slot is de diagnoseboom van Annet Künneke opgenomen, een praktisch hulpmiddel om tot een waarschijnlijkheidsdiagnose te komen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee; dat geldt ook voor imkers die zich adequaat moeten beschermen bij het werken met zuren, gassen en bijtende stoffen. Het opvolgen van gebruiksaanwijzingen van bestrijdingsmiddelen en het gebruik van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen – zoals handschoenen, veiligheidsbril en gasmasker – is de verantwoordelijkheid van de imker zelf.
Als imker dien je je te houden aan de geldende wet- en regelgeving, waaronder de registratieplicht van bijenvolken. Dit betreft onder andere het vermelden van het UBN‑nummer op bijenkasten en/of bijenstanden en het correct registreren van eventueel gebruikte bestrijdingsmiddelen.
Deze werkmap is niet als volledig en definitief te beschouwen; daarom wordt ook verwezen naar andere boeken en publicaties. Deze uitgave is een herziening van de versie uit 2020.
Het zal duidelijk zijn dat imkeren dynamisch is en voortdurend in ontwikkeling. Waar mogelijk is gebruikgemaakt van wetenschappelijk onderbouwde interventies en best practices. Er leiden vele wegen naar Rome: vraag tien imkers naar hun mening en je krijgt er twaalf.
Wij wensen je veel plezier en vooral veel leerzame momenten bij het lezen van dit naslagwerk. Moge het bijdragen aan gezond, bewust en vreugdevol imkeren.
Erwin Prins
Beleidsmedewerker Bijengezondheid NBV
Namens de Commissie Bijengezondheid,
in samenwerking met de Commissie Imkeronderwijs (CIO)







