31-01-2018

5 maanden mijtenval

Dit blogbericht is eigenlijk alleen bedoeld voor cijferfreaks. Vandaar dat er geen mail gestuurd is. Vandaag is het de 150ste dag dat ik dagelijks de mijtenval geteld heb in 17 volken. Bij elkaar zijn dat bijna 50.000 mijten, waarbij 1 volk 50% voor zijn rekening nam. Dit volk stamt uit 2015 en kreeg in juli 2017 een nieuwe F1-moer. Vanaf begin september regende het mijten in dat volk, zonder dat het volk drastisch achteruit ging in sterkte (zie bovenstaande foto van 10 januari 2018). Zijn de mijten minder of niet ziekmakend? Naar mijn bescheiden mening zal dit volk goed uitwinteren. 

De 16 andere volken, ontstaan in 2016 en 2017, laten een zeer divers beeld zien in de mijtenval.  De uitersten lopen voor alle Miniplus-kastjes van 2017 van 149 mijten tot 3600 mijten, waarbij de volken gelijktijdig en op dezelfde manier ontstaan zijn. Toevallig staan die twee uitersten ook nog eens pal naast elkaar.

De 4 MiniPlus-volken van 2016 volg ik al langer (zie de tabel onderaan). Van deze 4 volken scoort het volk op 4,9 mm cellen aanzienlijk beter (70% minder mijtenval) dan de andere 3. Laten we het op toeval houden.

Van deze 16 volken zittten er 3 op 4,9 mm raat. Twee in MiniPlus en 1 in dadant. Ook de andere 4,9 mm volken behoren tot de 7 volken met de minste mijtenval.  Het grootste 4,9 volk in een dadantkast scoort cumulatief 831 mijten. Hetgeen nog steeds duidt om een lage mijtenreproductie in de zomer en in het najaar. 

De 2 P-moeren met cumulatief ongeveer 150 mijten zullen de basis vormen voor de koninginnenteelt in 2018. Vele dochters worden weer aangepaard op de bevruchtingstations, zodat hieruit de beste weer geselekteerd kunnen worden. Uiteraard spelen andere eigenschappen, zoals vitaliteit en zachtaardigheid een grote rol. 2 Volkjes, die in november 2017 DWV-bijtjes voor de deur hadden liggen worden bij voorbaat uitgesloten van de teelt. 

Bij de volken met een lage cumulatieve mijtenval heb ik geen winterbehandeling toegepast. Hiermee probeer ik de selektiedruk bewust hoog te houden en te zien hoe de bijen omgaan met de mijten in de winter. In de literatuur wordt vermeld dat in de winter ongeveer 50% van de mijtenpopulatie uitvalt. Dat betekent dat de nog aanwezige mijtenpopulatie net zo groot is, als wat er al gevallen is. Ik hoop dat mijn zeer hygienische P-volkjes meer laten vallen dan 50%. 

Ben Som de Cerff, docent koninginnenteelt en hobby-imker

Een interessant onderzoek over de verlaagde (60%) reproductie in kleine cellen: klik hier op.  

  P.16SDC-ZE03 P.16SDC-ZE04 P.16SDC-ZE05 F1-16SDC-ZE20
P.17SDC-ZE09
P.17SDC-ZE00
P.17SDC
ZE12             
F1-17SDC-ZE06
                 
celmaat 5,4 mm 5,4 mm 5,4 mm 4,9 mm 5,4 mm 4,9 mm 5,4 mm 4,9 mm
volk ontstaan in  2016 2016 2016 2016 2017 2017 2017 2017
15 mei 2017 0% 0% 0% 0,37%        
29 juli 2017 6,3% 5,2% 0,9% 1,1%        
2 september 2017 17,0% 12,2% 17,7% 2,8%        
29 september 2017 15,3% niet gemeten niet gemeten 11,9%        
aantal zomer varroabehandelingen in 2017  3x 3x 2x 0x 0x 0x 0x 0x
laatste behandeldatum zomerbehandeling 12 aug 2017 12 aug 2017 12 aug 2017  niet niet niet niet niet
winteroxaalbehandeling op 30-11-2017 Ja Neen  Ja Neen Neen Neen Ja Neen
gem. mijtenval 3 maanden 26,4 mijten 24,5 mijten 24,8 mijten 8,5 mijten        
gem. mijtenval 5 maanden 20,09 20,52

21,84

6,79 1,09 1,23 14,72  5,91
cumulatieve mijtenval 5 maanden  2931  3014  3228  994   149  165 1896  831
type kast  MP MP MP        MP

   MP      

        MP          

     MP

   Dadant      

 

 

Reacties

  • luc Verachtert

    17-06-2018 om 12:06

    Beste
    Dit onderzoek zou je zeker jaarlijks moeten herdoen om te zien of de resultaten hetzelfde blijven. Verder zou ik de evolutie van de volken bekijken: minder mijten is niet noodzakelijk een gezonder volk, hangt ook af van de virulentie van de mijten zelf. Er is al langer sprake dat kleinere cellen varoadruk verminderen, daarom is het misschien wel belangrijk bijen zelf hun celmaat te laten bepalen; verder zien we al langer dat varoa de grotere cellen (darren) opzoeken als die er zijn. Zou het kunnen dat de temperatuur in de cel hierbij een rol speelt? Betekenen kleinere cellen ook kleinere bijen? ZElf zie ik bij mijn bijen dat het warme weer van de voorbije weken de varoadruk verlaagt; ik behandel niet en heb niet meer of minder uitval van bijen. De kastgrootte en de volkgrootte zij volgens mij van groot belang; dit zou ook wel eens te maken kunnen hebben met de temperatuur in het nest en de cellen: hoe hoger de temperatuur, hoe minder leuk de mijten dit vinden..denk ik.
    Groetjes Luc

    Luc, ik ben van plan deze nazomer, herfst en winter het onderzoek te herhalen met de nieuwe lichting P-moeren.

    Ik denk dat de warmtehuishouding de cruciale factor is om de mijtenpopulatie te beperken. De kastgrootte, het aantal bijen, raamafstand en celmaat spelen hierbij een grote rol. Die laatste 2 factoren probeer ik te onderzoeken via mijn omzettting naar 4,9 mm raat/bijen. Dit levert tevens sterkere volken op.
    Bijen bouwen raat naar hun eigen lichaamsgrootte. De 1e stap terug naar kleinere bijen moet dus helaas dwangmatig verlopen. Dat duurt maar 2 maanden en betreft bij mij 1 volk. Inmiddels heb ik er 12 op kleine cellen. Groet, Ben

  • luc Verachtert

    19-06-2018 om 19:45

    Beste Ben
    Fijn dat jij ook meent dat de warmte in het nest de mijtenpopulatie sterk beïnvloedt. Hierover heb ik nog niet veel gehoord of gelezen. Als dit zo is, is het regelmatig openen van de kast, waardoor veel warmte verloren gaat, zeker niet aan te raden. Zelf bedek ik de bovenkant van mijn kasten, die in een bijenhuis staan, winter en zomer met een isolatieplaat. De onderkant blijft winter en zomer open; indien er te veel verluchting is, propoliseren de bijen zelf wel een deel van het rooster. Ook heb ik gemerkt dat de mijten zich inderdaad in de darrencellen nestelen (ik snijd geen darrenraat) omdat de gevallen mijten bijna altijd aan de de uiteinden op de bodemplaat liggen en niet midden tussen het gruis. Wat de raamafstand betreft, denk ik dat 35 mm beter is dan een grotere afstand, maar is het moeilijk te realiseren met al die afstandhouders...Misschien heeft de opwarming van het klimaat ook nog een goede kant???
    Sorry dat ik langs deze weg communiceer, maar ik ben geen lid (Vlaming die in Wallonië woont) en kan uw blog dus niet meer volgen.
    Groetjes

    Luc

  • Ben de blogger

    20-06-2018 om 09:04

    Luc, in mijn 4,9 mm volken werk ik met een raamafstand van 3,2 cm. Dat vergemakkelijkt het handhaven van de broednest temperatuur. Ik gebruik dadant kasten waarbij de ramen op rvs strips liggen. Ik kan ze dus schuiven.

  • luc Verachtert

    21-06-2018 om 10:03

    Dag Ben,
    Bedankt voor je reactie.
    Ben ondertussen begonnen met de vorige items te lezen, maar ben er nog niet doorheen.
    Als ik het goed heb, doe je de raamverdeling gewoon op het zicht, zonder afstandhouders boven of onder de ramen? Heb je dan soms niet het probleem dat sommige ramen schuin hangen of dichter of verder van elkaar?
    Zelf heb ik dadant 10 ramen nicot; On principe kan ik de opstaande kantjes bovenaan gewoon afslijpen en de verdeling onderaan gewoon weg doen; ik veronderstel dat je rvs strip natuurlijk steviger en gladder zal zijn.
    Grtjes
    Luc

  • Ben de blogger

    21-06-2018 om 12:19

    Luc, ik gebruik 2 kopspijkertjes aan de bovenkant. Bij kasten met 5,4 en 5,1 mm raat gebruik ik 3,5 cm raamafstand (die krijg je automatisch met Hofmann zijkanten) en bij 4,9 mm raat gebruik ik 3,2 cm raatafstand (spijkertjes tikkie dieper). De onderkant van de ramen zal wel eens wijken, maar dat gebeurt ook met natuurbouw. In de regel hangen de ramen recht naar beneden. Sterk gepropoliseerde RVS-strips glijden uiteraard iets lastiger....

Uw reactie

Vink onderstaand controlevakje aan tegen spamrobots

Blijf op de hoogte

Wilt u automatisch een e-mail ontvangen zodra Ben Som de Cerff een nieuw blogbericht heeft geplaatst?
Meldt u zich dan hier aan.