28-02-2019

2. Begin april: uitbreiden van de broedkamer en de eerste honingkamer

Het uitbreiden van het broednest is onlosmakelijk verbonden aan de jaarlijkse cyclus van het bijenvolk. Persoonlijk noem ik dit de groeifase van het volk. Je kunt bij ieder bijenvolk de volgende jaarlijkse fasen onderscheiden:

  • Het overwinteren in herfst en winter
  • Het explosief groeien in het voorjaar en het herstellen van de voorraden voor slecht weerperioden
  • De voortplanting d.m.v. het zwermen
  • Nieuwe voervoorraden opbouwen voor de komende winter
  • Het opbouwen van het wintervolk met langlevende bijen. 

Deze jaarlijkse cyclus volgt ieder volk, het is een intern ritme. Jonge volken, voortgekomen uit een (kunst)zwerm, stappen later in en volgen nog maar een deel van deze cyclus. Met een jonge moer zal het volk het lopende jaar niet meer zwermen.

In april heeft het volk dat per 1 maart teruggebracht is tot een enkele broedkamer behoefte aan uitbreiding. De uitbreiding verloopt in twee richtingen. In de natuur in een holle boom kunnen de bijen uitsluitend naar beneden groeien. Ze zullen de binnenkomende honing altijd aan de bovenkant en ook deels aan de zijkanten van het broednest opslaan. Als er boven het broednest geen vrije beschikbare ruimte aanwezig is, zorgt de opslag van de honing ervoor dat het broednest, waarvan permanent cellen uitlopen, naar beneden geduwd wordt. De bijen bouwen dus aan de onderkant nieuwe raat voor de uitbreiding en verplaatsing van het broednest. 

Dit principe kunnen we het beste ook volgen in onze stapelkasten. Wetende dat de honing direct boven het broednest opgeslagen wordt, kun je bovenop de broedkamer het beste een lage honingkamer plaatsen, liefst met allemaal uitgebouwde raten. De oude wintervliegbijen willen hun lading snel kwijt kunnen. De jonge bijen zorgen voor de afhandeling en opslag. Daar hebben ze de handen vol aan. Wil je de honing later oogsten, plaats dan direct ook samen met de honingkamer een moerrooster. 

Zodra het volk in omvang toeneemt, wil het ook het broednest uitbreiden. Plaats daarom ook direct een hele of een halfhoge broedkamer met het liefst allemaal kunstraat voor de toekomstige uitbreiding van het broednest. Neem echter in het midden twee ramen weg en plaats daar twee uitgebouwde ramen, dat vergemakkelijkt de overgang van de moer naar de onderste bak. Plaats deze bak dus onder. De bijen nemen deze ruimte pas in wanneer ze de ruimte nodig hebben. Ze volgen hun natuurlijke gedrag. 

Het plaatsen van de eerste honingkamer doe je wanneer de broedkamer bijna volledig gevuld is met bijen (dus tenminste 8 a 9 ramen bezet) en er volop dracht is van wilg en/of paardenbloem en/of kersen. Meestal is dit eind maart/begin april. Voor de kersenbloei moet er zeker een honingbak geplaatst zijn, anders mis je de voorjaarshoning. Middelmatige of zwakke volken, die dus de grens van 8 a 9 bezette ramen niet halen, kunnen beter verenigd worden eind maart. 

Persoonlijk ben ik voorstander van het gebruik van anderhalve broedkamer spaarkast, dat wil zeggen een hele broedkamer met daaronder een halfhoge kamer. Deze gezamenlijke ruimte biedt meer dan voldoende ruimte voor het broednest. Tom Seeley heeft onderzocht dat kleine compacte broednesten de mijtenreproductie enigszins onderdrukt. Om het bijenvolk toch voldoende ruimte te bieden om de zwermdrift een beetje af te remmen, werken we met meer dan één honingkamer. Daarover meer in het volgende blogbericht. In de volgende video zie je het plaatsen van de honingkamer en de tweede broedkamer. In dit geval gebruik ik bij uitzondering een tweede broedkamer omdat dit volk later gebruikt wordt voor de koninginnenteelt, waarbij je twee grote bakken nodig hebt om te kunnen splitsen.  

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt

Reacties

Momenteel zijn er nog geen reacties, wees de eerste!

Uw reactie

Vink onderstaand controlevakje aan tegen spamrobots

Blijf op de hoogte

Wilt u automatisch een e-mail ontvangen zodra Ben Som de Cerff een nieuw blogbericht heeft geplaatst?
Meldt u zich dan hier aan.