Wintersterfte 2018-2019

Het gebeurt iedere jaar weer: de wintersterfte van bijenvolken. Grofweg kan het aantal bijenvolken dat tussen oktober en maart doodgaat als wintersterfte worden beschouwd. Dit verlies wordt in het daaropvolgende groeiseizoen weer teniet gedaan door de aanwas van nieuw opgezette volken. Niettemin wordt wintersterfte gezien als een belangrijke indicator voor de gezondheid van het bijenbestand. Door nauwkeurig te kijken naar de omvang van de wintersterfte en de factoren die daar een rol bij spelen, kunnen we inzicht krijgen in de knelpunten waar we als bijenhouderij mee te maken hebben. En dat is nuttig.

In de laatste jaren valt de wintersterfte in Nederland mee te vallen. Althans, met uitzondering van de winter van 2017-2018 lag het landelijk gemiddelde de afgelopen 6 jaar onder de 15%, met als absolute positieve uitschieter de winter van 2015-2016. Toen werd de wintersterfte berekend op 6,5%. Uit een eerdere steekproef komt naar voren dat een wintersterfte van 10% of lager voor bijenhouders acceptabel is.  

Surveillanceprogramma en COLOSS

Bijen@wur voert sinds 2013 in samenwerking met de bijenhoudersverenigingen in april een telefonische enquête uit. De laatste twee jaar is dit in de vorm van een online enquête gebeurd als onderdeel van het Surveillanceprogramma. Daarnaast heeft Romée van der Zee van het NCB van 2009 tot 2016 de COLOSS-enquête aan de Nederlandse bijenhouders voorgelegd. Zij wist jaren achtereen meer dan 1500 bijenhouders te motiveren om de COLOSS-enquête in te vullen.

Vanaf dit jaar wordt er één enquête uitgevoerd waarin beide initiatieven verenigd worden. Rond de bloei van de paardenbloem zullen we in samenwerking met de bijenhoudersverenigingen en -organisaties een enquête rondsturen in de stijl van COLOSS (https://coloss.org/core-projects/colony-losses-monitoring/ ), maar toegespitst op de Nederlandse bijenhouders. Om dit mogelijk te maken, werken we samen met de Universiteit van Gent (www.honeybeevalley.eu), die de infrastructuur biedt voor een online vragenlijst. Daarnaast zorgt de samenwerking voor de mogelijkheid om de Vlaamse en Nederlandse resultaten te vergelijken en van mogelijke verschillen te leren.

Wat gaan we vragen?

We willen met de hulp van Nederlandse bijenhouders te weten komen wat de volkssterfte was in de winter van 2018-2019. Daarnaast zullen we een aantal verdiepende vragen stellen, onder andere over de manier van bijenhouden, de dracht en de wijze van varroabestrijding (of niet).

Wat levert het op?

In de eerste plaats levert het een inschatting op van de landelijke wintersterfte van bijenvolken en een aantal kengetallen zoals het gemiddelde aantal volken per imker en het totaal aantal bijenvolken. Daarnaast geeft het inzicht in de achtergrond van de sterfte en de visie van de bijenhouder op de oorzaken van wintersterfte. Dit is belangrijk omdat het inzicht geeft in de prioriteiten die bijenhouders geven aan de knelpunten die ze ervaren. Dit kan uiteindelijk meegewogen worden in beleidskeuzes, bijvoorbeeld voor het uitstippelen van onderzoek of het optuigen van activiteiten door bijenhoudersorganisaties zoals het onderwijs. Het is belangrijk dat zo veel mogelijk bijenhouders de enquête invullen. Daarmee krijgen we een zo volledig mogelijk beeld van wat er speelt. We hopen – nee rekenen – op opnieuw meer dan  1500 respondenten!  

Bram Cornelissen en Jolanda Tom (Bjien@wur)

Frank Moens (NBV