Honingbijen en andere soorten bijen & bestuivers

Bijen zijn bestuivers. Dankzij bestuivers worden bloemen bestoven en ontstaan er vruchten en zaden voor een volgende generatie maar ook als voedsel voor mensen en dieren. Ongeveer een derde van ons voedsel is afhankelijk van bestuiving door bijen. Zo kunnen we genieten van mooie appels en peren. Maar ook van andere fruitsoorten zoals kersen, pruimen, aardbeien, frambozen, bramen, bessen en perziken. Ook veel groenten zoals tomaten, paprika’s, aubergines, courgettes , komkommers en uien worden bestoven door bijen, evenals koffie. Naast bijen en hommels, zorgen ook zweefvliegen, wespen, kevers en andere dieren voor bestuiving.

Heb je moeite om het verschil te zien tussen een honingbij, solitaire bij, hommel of wesp? Dan kan  dit diagram  helpen.

We kennen in ons land ongeveer 345 verschillende soorten bijen (Nederlands soortenregister):

Honingbijen

De meest bekende bijensoort is de honingbij en is slechts één van de 345 bijensoorten die Nederland rijk is.

De honingbij leeft in een volk bestaande uit 10.000 in de winter tot wel 60.000 bijen in de zomer, is sociaal en heeft een duidelijke taakverdeling. Zo heeft de koningin de taak om eitjes te leggen, de darren om jonge koninginnen te bevruchten en de werksters al het werk dat gedaan moet worden voor het volk (iedere werkbij voert gedurende haar leven verschillende taken uit, naar gelang haar leeftijd). Ze leggen een honingvoorraad aan om te overwinteren en om tijden van minder voedselaanbod te overbruggen. Honingbijen zijn verder generalisten en vliegen op veel verschillende bloemen, hierbij hebben ze een voorkeur voor grote dracht: zoals bomen, heide en landbouwgewassen. Grote velden met allemaal dezelfde bloemen. Verder verzamelen honingbijen nectar en stuifmeel in een straal van 3 km. Bij uitzonderlijke goede drachtomstandigheden kan dit ook 6 km zijn.

 

 

Solitaire bijen

Solitaire bijen, de naam zegt het al, leven alleen, dus niet in een volk zoals de honingbij en leggen geen voorraad aan. Het herkennen van solitaire bijen is niet eenvoudig. Sommige zijn ongeveer net zo groot als honingbijen, circa 1,5 cm, andere niet groter dan een paar millimeter. Bij solitaire bijen heb je alleen vrouwtjes en mannetjes.

Onder de solitaire bijen vind je zowel generalisten als specialisten. Sommige solitaire bijen zijn dermate gespecialiseerd dat ze alleen stuifmeel van één plantensoort verzamelen, zo vliegt de heggenrankbij  alleen op de heggenrank, vliegt de gewone slobkousbij op wederik en verzamelt de ogentroostdikpoot stuifmeel van rode ogentroost. Solitaire bijen hebben meestal een korte levensduur van enkele weken. Solitaire bijen nestelen in een plekje in de grond, in bestaande holen en kieren of merghoudende stengels (zoals braam, vlier of toorts). Ongeveer 30% nestelt bovengronds en 70% ondergronds. Met bijenhotels help je dus maar een klein gedeelte van de bijen.

Hommels

Hommels zijn breder en opvallend dicht behaard. Ze zijn daardoor beter in staat zichzelf te verwarmen, waardoor ze ook bij lagere temperatuur al kunnen vliegen. In het voorjaar zie je alleen de forse koninginnen op zoek naar een nestplaats. Hommels kunnen alleen nesten maken als er isolatiemateriaal aanwezig is, zoals in oude muizenholen, verlaten nestkamers van mollen, spouwmuren met isolatiemateriaal, verlaten vogelnesten en dergelijke. Andere hommels nestelen op de grond maar dan onder een laagje mos of een overhangende graspol waar ze strootjes vanaf kunnen knagen.

Als de koningin een geschikte nestplaats heeft maakt ze haar nest  Na enkele weken zijn er kleinere werksters die meehelpen met de broedverzorging. De koningin kan dan steeds meer eitjes leggen en het nest kan uitgroeien tot enkele honderden werksters. Aan het einde van het seizoen worden de mannetjes en nieuwe koninginnen geboren. Na de paring overleven alleen de nieuwe koninginnen, de rest van het volk sterft uit. Bij sommige soorten is dit al aan het begin van de zomer (zoals de weidehommel), bij andere soorten, zoals de akkerhommel, pas laat in de herfst. De bevruchte koningin gaat op zoek naar een beschutte plek en komt het volgende jaar weer tevoorschijn om een nieuwe levenscyclus te starten.

In Nederland komen ongeveer 30 soorten hommels voor. De bekendste hommels zijn: Boomhommel, akkerhommel, steenhommel, weidehommel, tuinhommel en hommels uit de aardhommelgroep die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Vrouwtjes en mannetjes kunnen uiterlijk van elkaar verschillen. Kijk voor meer hommelsoorten op: https://determineren.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/views/matrixkey/index.php?epi=134

Koekoeksbijen

Er zijn ook veel bijensoorten die nooit stuifmeel verzamelen omdat ze profiteren van het werk van een andere soort. Dit gedrag heet broedparasitisme. Deze bijen worden koekoeksbijen genoemd. Ongeveer een kwart van alle bijensoorten valt onder deze categorie. Een vrouwelijke koekoeksbij legt een ei in het nest van haar waardbij. De larve doodt het aanwezige ei of de larve en consumeert daarna de voedselvoorraad. Veel waardbijensoorten hebben hun eigen specifieke koekoeksbij. Zo is de grote kegelbij (Coelioxys conoidea) de koekoek van de kustbehangersbij (Megachile maritima) en parasiteert de roodharige wespbij (Nomada lathburiana) voornamelijk op het broed van de grijze zandbij (Andrena vaga).

Zweefvliegen

Naast bijen zijn ook zweefvliegen belangrijk voor de bestuiving.

Er komen ongeveer 330 soorten zweefvliegen in Nederland voor. Diverse soorten zweefvliegen migreren soms over afstanden van honderden kilometers. Bekende migranten zijn bijvoorbeeld de snorzweefvlieg, de terrasjeskommazweefvlieg, halvemaanzweefvliegen, de blinde bij en de stadsreus.

Eenmaal volwassen voeden vrijwel alle zweefvliegen zich met nectar en stuifmeel en zo dragen ze bij aan de bestuiving. Zweefvliegen hebben, uitzonderingen daargelaten, een kortere tong dan bijen en zijn dus meestal te vinden op bloemen zoals schermbloemigen en composieten waarin de nectar niet te diep ligt. Ze gebruiken de verzamelde nectar en stuifmeel voor hun eigen levensbehoefte en niet om de larven te voeden zoals de meeste bijensoorten (behalve koekoeksbijen). (Honing)bijen daarentegen hebben vaak een voorliefde voor lip- en vlinderbloemen waar de nectar veel dieper ligt.

Larven van zweefvliegen zijn onder te verdelen in verschillende groepen naar gelang hun voeding: rovers voeden zich vooral met luizen, planteneters leven als larve in wortels, bollen, stengels en bladeren, en bacteriefilteraars voeden zich met bacteriën in water en modder, en (een andere groep) met bacteriën in dood hout en oude bomen.

Omdat zweefvliegen niet voor hun larven hoeven te zorgen zoals bijen zijn ze niet gebonden aan een thuisbasis en kunnen daardoor pollen over grotere afstanden vervoeren. Sommige zweefvliegsoorten zoals de snorzweefvlieg (Episyrphus balteatus) die ook zeer algemeen in Nederland voorkomt, kunnen jaarlijks zelfs afstanden van honderden tot duizenden kilometers afleggen en dragen op deze manier bij aan de uitwisseling van genetisch materiaal over grote afstanden.

Wespen

Ook wespen kunnen bestuivers zijn. Bijen en wespen hebben met elkaar gemeen dat ze tot de vliesvleugelen behoren en daarbinnen tot de angeldragers. Wespen hebben over het algemeen een slecht imago en dat is jammer want de wesp is een nuttig dier en een onmisbare schakel in de voedselketen. Ze vangen muggen, vliegen en dazen en voorkomen daarmee insectenplagen.

Evenals de Europese hoornaar zal een wesp wel eens een honingbij vangen maar veel schade richten wespen niet aan. Zolang in het wespennest nog volop larven moeten worden gevoerd, zijn wespen vooral vleeseters. Naar voedsel zoekend ruimen ze dan vooral dode bijen op.

In ons land komen 54 plooivleugelwespen voor:

De bekendste en meest voorkomende zijn de twee soorten limonade wespen. Deze soorten lijken erg op elkaar maar de tekening op de kop van de gewone wesp lijkt ietwat op een anker, terwijl de tekening op de kop van de Duitse wesp bestaat uit 3 stippen (deze stippen kunnen ook ontbreken):

  • Duitse wespVespula germanica (Onderstaande foto)

Er komen ook twee soorten hoornaars in Nederland voor:

  • Europese Hoornaar – tot bijna 3,5 cm lange wesp; twee keer zo groot als de gewone wesp en de honingbij. Ook wel paardenwesp genoemd. Opvallend rood borststuk en rode poten met een groot geel achterlijf. De grootste wesp van Nederland. (Onderstaande foto)
  • Aziatische hoornaar – Een zeer invasieve soort en een risico voor biodiversiteit, mensen, imkerij en fruitteelt. Meer over deze soort is te vinden op: https://www.bijenhouders.nl/themas/aziatische-hoornaar/

De gewone wesp, de Duitse wesp en de beide soorten hoornaars behoren tot de papierwespen. Zij worden zo genoemd omdat ze bolvormige nesten maken van fijngekauwd hout. Ook langkopwespen en veldwespen maken nesten en leven sociaal. Daarnaast bestaan er ook solitaire wespen zoals de leemwespen. Een bekend voorbeeld hiervan is de urntjeswesp. Zie ook https://www.wildewespen.nl en https://wespenstichting.nl/