18-02-2019

5. Eerste helft mei: het maken van een vlieger of veger

Door het snel groeiende volk wordt het broednest in april en mei steeds groter en belegt de koningin uiteindelijk ook de randen van het broednest. Ze bouwt het broednest op in de vorm van ovale cirkels, waarvan de omtrek steeds groter wordt. Juist aan de randen van het broednest hebben de huisbijen speeldopjes gebouwd. Die dopjes vormen grotere, naar beneden hangetje wiegjes waaruit uiteindelijk nieuwe koninginnen geboren zullen worden. Deze speeldoppen worden tijdens het leggen van de buitenste randen van het broednest voorzien van een eitje, vanaf dat moment spreken imkers over zwermcellen. Als alles meezit dan worden uit deze eitjes na drie dagen koninklijke larfjes geboren, soms worden de eitjes echter geruimd. Aangezien de larfjes in deze naar beneden hangende cellen koninginnengelei gevoerd krijgen, ontwikkelen deze larven zich niet tot werksterbijen maar tot koninginnen. De prinsessenlarven ontvangen wel tien keer vaker voer dan werksterlarven. 

Het groeitempo neemt extreem snel toe zowel door de kwaliteit van het voer alsook de tienvoudige voerfrequentie van deze prinsessenlarven. Zestien dagen na het leggen van het eitje wordt de koningin geboren. Echter..... de imker constateert tijdens zijn controles de belegde zwermcellen en breekt deze vaak weg teneinde een natuurzwerm te voorkomen. Sommige imkers laten de zwerm afkomen en hopen dat ze de zwerm op tijd ontdekken en kunnen huisvesten in een nieuwe bijenwoning. Zodra de eerste zwermcellen gesloten zijn, zal de voorzwerm met mooi weer de kast verlaten.

Dit natuurlijke proces impliceert vaak overlast voor de stedelijke omgeving en de kans op het verlies van een grote bijenzwerm is groot. Vandaar dat imkers vaak ingrijpen tijdens het ontstaan van zwermdrift. Zodra de eerste zwermcellen voorzien zijn van eitjes of larven, dan maakt de imker een broedaflegger of kunstzwerm. Een broedaflegger is niets anders dan het afleggen van twee of drie ramen met hoofdzakelijk gesloten broed en opzittende bijen in een andere vijf- of zesramer. Hiermee kan de zwermdrift mogelijk over zijn, maar dat hoeft niet, want er loopt nog steeds veel broed uit en de koningin is ook nog aanwezig in het zwermrijpe volk. 

Een definitief einde aan de zwermdrift maak je met een vlieger of veger, hierbij wordt de koningin met een behoorlijk aantal bijen in een andere kast gehuisvest. Zonder koningin kan het volk niet meer zwermen. 

De eenvoudigste manier van het maken van een kunstzwerm is het maken van een vlieger. Deze methode heeft grote voordelen ten opzichte van het maken van een veger. Bij de vlieger wordt de oude kast - na het vinden van de moer - 2 a 3 meter verplaatst. Op de oude plek komt een nieuwe broedkamer met bodem te staan, waarin twee uitgebouwde ramen met bijen uit de oude kast in het midden gehangen worden aangevuld met 8 ramen met kunstraat. Van de uitgebouwde ramen mag er eentje open broed bevatten, geen gesloten broed want dat bevat juist 60% van de reproducerende varroamijten. De moer wordt tussen de twee uitgebouwde ramen losgelaten, vervolgens leg je daarop het moerrooster en de bestaande honingkamer(s) van de oude kast. Op deze kast zullen de vliegbijen uit zichzelf terugkeren en de vlieger heeft daardoor de juiste sterkte en zal volop doorgaan met het halen van nectar. De mijtenpopulatie zal gereduceerd worden, omdat er tijdelijk geen mijten geboren kunnen worden (er is geen gesloten broed). Beide kasten zullen in mei voldoende voer hebben. 

Bij het maken van de veger zul je de nieuwe kast, die naast de oude plek komt te staan, zelf als imker moeten voorzien van bijen. Dat is een vervelend klusje, waarbij het lastig is de juiste hoeveelheid bijen in de nieuwe kast te krijgen. Je weet dat de haalbijen weer terug vliegen naar de oude plek, maar je weet niet goed hoeveel jonge bijen er achter blijven in de nieuwe kast. Dat weet je wel wanneer je de veger enkele kilometers verplaatst. Maar vaak heb je geen tweede standplaats. Je loopt dus bij de veger het risico dat deze net iets te sterk of te zwak wordt. Te sterke vegers zouden na zes weken weer kunnen gaan zwermen met de oude moer. Bij de veger moet je ook zelf gaan voeren, want je raakt indien je de kast op de bijenstand laat staan, al je haalbijen kwijt. Verder heb je voor de veger ook twee uitgebouwde ramen met eventueel uitsluitend open broed nodig. De veger mag je ook een voerraam meegeven, vanwege het gebrek aan haalbijen. Zorg dat het oude volk na het maken van de vlieger of de veger geen belegde zwermcellen meer heeft. Dit geldt natuurlijk ook voor de twee ramen met bijen, die je in de vlieger of veger hebt gehangen. Vervolgens kun je dertien dagen later in het moerloze volk doppen breken, die ontstaan zijn vanuit redcellen en de jonge moeren in laten lopen. Daarover meer in het volgende blogbericht. 

In onderstaande video geef ik uitleg over het maken van de vlieger.  

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt

 

 

Reacties

Momenteel zijn er nog geen reacties, wees de eerste!

Uw reactie

Vink onderstaand controlevakje aan tegen spamrobots

Blijf op de hoogte

Wilt u automatisch een e-mail ontvangen zodra Ben Som de Cerff een nieuw blogbericht heeft geplaatst?
Meldt u zich dan hier aan.