14-01-2020

de eerste broedronde van bijen en mijten

de eerste broedronde van bijen en mijten

Samen met twee collega-imkers onderzoeken we al jaren de mogelijke effecten van kleinere broedcellen (4,9 mm in plaats van 5,4 mm doorsnede), daarbij behandelen we deze volken niet meer tegen de varroamijten. We houden echter wel de mijtenbesmetting extra goed in de gaten, zodat we eventueel vroegtijdig kunnen ingrijpen om nodeloze wintersterfte te voorkomen.

De veronderstelling is namelijk dat een betere warmtehuishouding en de daaruit voortvloeiende verkorte broedduur de mijtenreproductie afremt. Komend voorjaar zal blijken of deze volken hun 3e levensjaar onbehandeld overleven. Op de foto boven een volk (4,9 mm cellen) dat op 14-1-2020 zijn derde winter onbehandeld beleeft. Zo te zien zeer sterk, blijkbaar kunnen deze bijen goed met de mijten omgaan (klikken op de foto). 

We gaan er vanuit dat bijen in hun oorspronkelijke grootte – de huidige bijen, die we in Europa kennen zijn sinds ongeveer 100 jaar onnatuurlijk groot – vitaler zijn en dus meer weerstand hebben. Bijen bestaan al miljoenen jaren in de natuur, echter bij de revolutionaire overgang van korven met natuurraat naar kasten met kunstraat heeft men uit winstbejag naar grotere honingopbrengsten de bij op onnatuurlijke wijze vergroot door aangepast (lees: groter) kunstraat aan te bieden. Wij willen al onze bijen terugbrengen naar de oorspronkelijke lichaamskenmerken.  

Drie dagen geleden heeft Mathijs Herremans – auteur van het boek ‘imkers van de wereld’ – mede op mijn verzoek de stoute schoenen aangetrokken en een stukje gesloten broed uit een volk gehaald, zodat we de reproductie van het eerste nieuwe broed in het bijenseizoen kunnen onderzoeken. 

Mathijs heeft een stukje broed van zes bij twaalf centimeter uitgenomen. In totaal zat er ruim 1 vierkante decimeter broed in het volk. Gezien het gesloten broed en de daarin aanwezig poppen is dit broed al rond kerst ontstaan.  Een tijdige bestrijding eind november of begin december – mits nodig gezien de voorafgaande mijtenval – is dus gewenst, anders zitten de mijten massaal weer in het eerste broed.  

 Om gelijk maar tot de bevindingen te komen:

  • het totale broedoppervlak in dit volk betrof op 10 januari 2020 ongeveer 700 broedcellen (natuurbouw);
  • van alle onderzochte cellen waren er 37% besmet met 1 of meerdere volwassen mijten en/of nakomelingen; 63% was dus niet besmet;
  • van alle besmette cellen was 35% bezet met een mijt met 1 of 2 dochtermijten. Het gemiddelde aantal jonge mijten was 1,4 per volwassen mijt
  • in veel cellen werden dode volwassen mijten aangetroffen, vaak enkele, maar soms ook meerdere mijten (tot maximaal 7); waarschijnlijk zijn dit oude ‘zomermijten’
  • een flink deel van de ingestapte mijten overleeft de eerste broedcyclus van de mijten dus niet. Van de bij dit onderzoek 385 ingestapte mijten komen slechts 91 mijten toe aan levensvatbare reproductie. Met gemiddeld 1,4 dochters worden er dus 127 dochters geboren.
  • 91 moedermijten samen met 127 dochters leveren dus 218 mijten op voor de volgende generatie.
  • De in totaal 385 ingestapte mijten leveren dus na de 1e broedronde van de bijen 218 mijten op. Dat zijn er dus 167 minder oftewel 294 oude mijten overleven de eerste broedperiode niet.

Conclusies:

  • De genoemde aantallen hebben betrekking op slechts één onderzocht volk dus de uitkomsten behoeven niet representatief te zijn;
  • De mijten maken bij het eerste bijenbroed direct gebruik van de mogelijkheid om zich te vermeerderen. Ze zijn vanaf dat moment onbereikbaar geworden voor de oxaalzuurbehandeling;
  • De leeftijd van de mijten zorgt waarschijnlijk voor een grote sterfte onder de instappende volwassen mijten; 75% van de oude mijten overleeft deze fase niet;
  • Bij de eerste broedronde is er sprake van een forse krimp van de mijtenpopulatie. Van iedere twee ingestapte mijten blijft er slechts één over.

Ben Som de Cerff, hobby-imker en docent bijenteelt

Reacties

  • Henk Postma

    14-01-2020 om 16:44

    Hallo Ben, bouwen bijen in natuurbouw zoals in de top bare hive ook 5,4 MM cellen en heeft de afstand tussen de latten daar ook invloed op?
    Groet, Henk

    Henk,
    Bijen in TBH's bouwen vaak 5,1 tot 5,2 als celmaat. De bijen bouwen naar de maten van hun eigen omvang. Dus kleinere bijen kunnen pas na een paar generaties kleinere natuurlijke cellen bouwen. Groet, Ben

  • Lippe

    14-01-2020 om 17:42

    Beste Ben, ik ben zeer benieuwd naar de verdere ontwikkelingen in je onderzoek. Ik begrijp alleen 1 ding niet. Je schrijft hierboven in je laatste alinea en tevens bij de conclusie dat de mijten massaal in het eerste broed stappen. Uit recent onderzoek is toch gebleken dat dit niet het geval is? Dit schrijf je zelf ook in je blog van 20/12 'De winter zonnewende en een kerstgroet' in een reactie op iemand.
    Lees ik eea niet goed of zijn er enkele nuances die ik heb gemist?

    Lippe, je hebt het goed gelezen. Mijn informatie was tot een paar dagen geleden gebaseerd op dat genoemde onderzoeksdocument. Maar aangezien we met eigen ogen jonge mijten zagen liggen op de schuifladen, was de conclusie dat er broed met ingestapte mijten zouden moeten zijn. Uit het opengemaakte broed bleek dit inderdaad het geval te zijn. In februari zullen we dit onderzoekje nog een keer herhalen. Groet, Ben

  • Janske

    14-01-2020 om 20:54

    Hallo Ben, ik heb van een mede imker begrepen dat Martijn zwarte bijen heeft, hebben deze dan ook al last van Varoa mijten, gezien Martijn deze test heeft gedaan bij 1 van zijn volken.

    Janske, alle honingbijen hebben last van de varroamijten, ongeacht het ras, met uitzondering van de volken in Australië en enkele andere eilanden. Groet, Ben

  • Hans

    15-01-2020 om 09:37

    Hallo Ben ik ben met je eens dat de omschakeling naar kasten veel veranderd heeft voor de bijen. Vergeet niet dat het een noodzaak was omdat was niets meer opleverde en het houden van bijen in korven weinig opleverde. Naast grotere bijen, wordt bij het kast-imkeren het zwermen onderdrukt en raat-vernieuwing tegengegaan. Door grote honingkamers worden de bijen flink aan het werk gezet en hebben ze minder tijd de kast schoon te houden en mijten te bestrijden. Bij korven is de opslagruimte begrenst, zitten ze in een propolis envelop en wordt alleen in het najaar de honing "geoogst". Het verenigen van volken in het najaar en het vangen van zwermen in het voorjaar zorgt voor regelmatige vernieuwing van de volken. Wellicht is naast het voordeel van kleine bijen nog meer te leren van deze oude ambacht.

    Hans, ik ben bezig aan de nieuwste editie van mijn imkerboek en daarin zet ik het Darwiniaanse imkeren uiteen. Ik denk dat we meer terug moeten naar de natuurlijke aard van het beestje. Overigens wordt de balans tussen haal- en huisbijen geregeld door eiwitreserves, feromonen en andere signalen, die de bijen opvangen en uitwisselen. Dat kan ook prima in een kast werken, maar vooral de beperkte broedruimte en behoud van de warmte in de kast is essentieel. Daarnaast spelen er nog vele andere zaken, die we soms uit het oog verliezen, zoals residuevrije was, voldoende diversiteit in dracht, opstelling van kasten etc. Het blijft een buitengewoon boeiende hobby. Groet, Ben

  • Jan kuijpers

    15-01-2020 om 12:29

    Beste Ben
    Ik heb een volk waar nu al vrij veel darren bij rondvliegen zou het kunnen zijn dat de koningin nu of binnenkort wordt ingeruild voor een nieuwe ? Een bevriende Imker suggereerde dat dit dr reden wel eens kon zijn. Ik heb in september een nieuwe koningin ingevoerd op een keurige manier .Ook in december vlogen er af en toe darren bij deze kast. Ben erg benieuwd naar je reactie vriendelijke groet Jan Kuijpers

    Jan, ik neem aan dat je een leggende moer ingevoerd hebt in september? Ik vermoed dat deze 'vreemde' moer alsnog gewisseld is in september/oktober met als gevolg een onbevruchte moer. Mocht je ingevoerde moer gemerkt zijn, dan zul je waarschijnlijk in april een ongemerkte jonge moer tegenkomen met bultbroed. Van die nieuwe onbevruchte moer zie je nu de darren vliegen. Waarschijnlijk kleinere darren uit het werksterbroed. Helaas..... weinig aan te doen op dit moment. Groet, Ben

  • Henk de Heij

    15-01-2020 om 12:41

    Dag Ben, Dit jaar stap ik over op zwarte bijen. Een mooi moment om tevens op kleinere cellen over te stappen. Ik wil zelf siliconen mallen voor kleinere cellen gieten maar heb daarvoor kunstraat Dadant
    420x260 (5.1 en 4.9) nodig. Het lukt mij niet om gave exemplaren te vinden. Weet jij daar een oplossing voor? Alvast bedankt voor je moeite.

    Henk, Je kunt bij mij een vel 4,9 en 5,1 mm Dadant US overnemen, maar ik weet niet waar je woont.... Je kunt overigens het beste overstappen op kleine cellen door te beginnen met bestaande uitgebouwde ramen 4,9 mm. Dan heb je direct de overstap gerealiseerd. Bij Imkerij Onder de Linde kun je ook 4,9 en 5,1mm kunstraat kopen. Ik weet niet of deze kunstraat geschikt is voor een mal. Groet, Ben

  • Jan Adrichem

    15-01-2020 om 16:21

    mooi verhaal Ben

  • Christel

    15-01-2020 om 17:35

    Deze info is helemaal nieuw voor mij. Ik dacht gewoon dat er verschillende soorten/rassen bijen zijn, klein en groot. Maar Begrijp ik 't nu goed dat de grotere bijen die we nu hebben, uit zich zelf zich genetisch hebben aangepast aan de grotere cellen op kunstraat?!?! Dus de bijen zijn uitzichzelf groter geworden?! Dat is wel een biologisch wonder dat ze zich zo snel (slechts 100 jaar)hebben weten aan te passen aan hun omgeving!

    Hoe krijgen we onze bijen dan weer kleiner?!

    Christel, het is geen genetische verandering, de grootte varieert in een bepaalde bandbreedte en wordt bepaald door het aangeboden kunstraatpatroon. In 1 jaar kun je een bijenvolk omzetten naar kleine cellen, mits je ze geboren laat worden vanuit kleine uitgebouwde cellen. Prof. Badoux (een Belg) heeft dat andersom gedaan (van klein naar groot).

    Met oude gebruikte werksterraten van 4,9 mm kun je een volk omzetten. Na 2 generaties jonge bijen en het laten afvliegen van de oude grote bijen is het volk omgezet en redelijk geschikt om 4,9 mm kunstraat uit te bouwen. Sommige lijnen doen dit beter dan andere lijnen. Groet, Ben

  • Anneke van Pelt

    17-01-2020 om 10:16

    Hallo Ben, wat vind jij van de LInhart antizwerm techniek die er op gebaseerd is juist veel darren in het volk te krijgen (dus geen darrenlarven wegsnijden en juist darrenraat toevoegen..), en dat zou ook tegen varroa werken..! Ik lees dat in het NBVbericht over thermosolarbijenkasten.

    Anneke, het strookt wel met mijn ervaring dat mijn TBH's en de Topkast - allemaal met veel darrenraat - nauwelijks tot niet zwermen. Ook het feit dat varroa's het darrenbroed 8x vaker bezoeken dan werksterbroed kan leiden tot een lagere besmetting van het werksterbroed. Echter er worden wel meer jonge mijten geboren uit darrenbroed. Laatste voordeel: er zijn darren in de race voor de bevruchting van koninginnen. Meer competitie betekent sterkere darren, die mogen paren.
    Het lijkt mij de moeite waard om het eens te proberen. Groet, Ben PS NIET die thermokast!!!

  • Dirk

    22-01-2020 om 20:11

    Dag Ben, heb vorig jaar een waardevolle moer aangekocht,blijkt nu dat de sterkte van haar volk zodanig verzwakt de laatste weken dat ik vrees voor haar voortbestaan, kan ik het volk verenigen met een ander volk als ik daar de K uit verwijder of hoe zou jij het aanpakken? Mvg.D

    Dirk, uiteraard kun je dit volkje nu al verenigen met een ander volk. Kies daarvoor een dag uit met een graad of 10, dan verenigen de volken zich beter. Zorg wel dat de broednestjes boven elkaar of tegen elkaar aan komen. Toch nog een vraag terug: hoe zeker ben je dat de waardevolle moer een goed leggende moer was en dat zij niet gewisseld is?
    Die verzwakking moet toch een reden hebben. Groet, Ben

Uw reactie

Vink onderstaand controlevakje aan tegen spamrobots

Blijf op de hoogte

Wilt u automatisch een e-mail ontvangen zodra Ben Som de Cerff een nieuw blogbericht heeft geplaatst?
Meldt u zich dan hier aan.