Bijenwerk: 15 oktober - 15 november

terug naar overzicht
Van werkzaamheden in de volken is nauwelijks meer sprake. Met frequent bekijken hoe ze ervoor staan, voorkom je onaangename verrassingen in het voorjaar. Later dit jaar kun je de Winter-APK uitvoeren. Drie dagen kou met nachtvorst in november is de opmaat voor de oxaalzuur behandeling.
15 oktober - 15 november

Wintervolk op orde?

Wintervolk op orde?

De kortlevende zomerwerksters en de darren hebben zo half oktober wel plaatsgemaakt voor het wintervolk. De nieuwe lichting werksters, voorzien van een ‘vetlaagje’ en ontzien van overmaat aan arbeid, moeten samen met de koningin in staat zijn het komend voorjaar te halen. Zeker als ze met velen zijn, met meer dan 5000, en niet belast met virussen en rijkelijk voorzien van wintervoer, moet dat geen probleem zijn. Pas in maart  komt de vernieuwing van de volken weer goed op gang. Tot die tijd spelen de winterwerksters een cruciale rol. Dat betekent dat ze zeker zes maanden leven. Een groot contrast met de zomerwerksters. Lees meer over winterbijen in Imkerpedia.

Hoe was de honingoogst in 2018?

Hoe was de honingoogst in 2018?

In de enquête in Imkernieuws van half september werd gevraagd hoeveel de verschillende honingoost periodes hebben opgebracht en met hoeveel productievolken dit werd gerealiseerd. Aanleiding waren de geluiden dat het ondanks de langdurige droogte en hoge temperatuur, maar met een geweldig voorjaar,  een goed honingjaar was. De enquêteresultaten bevestigden die geluiden. Gemiddeld had men 7 volken en die leverden gemiddeld 26 kg honing per volk op. Dat was volgens de reacties meer dan het voorgaande jaar. Verreweg de meeste volken hebben de dracht in het buitengebied gevonden en het minst in de steden. Wellicht speelde droogte een rol. Wil je meer uitkomsten van de enquête zien, klik dan hier voor het volledige overzicht.

Voedselvoorraad okay?

Wees alert op de aanwezigheid van voldoende wintervoer. Als je begin september hebt ingewinterd is het geen garantie dat er nog voldoende aanwezig is tot volgend voorjaar. Het volk heeft flink wat nodig om de overgang naar het wintervolk te maken. Als er in die periode slechte dracht was dan wordt er ingeteerd. Jonge moeren kunnen nog lang een broednest onderhouden en dat vraagt veel voer. Til ter controle de kasten aan de zij- of achterkant een beetje op. Je voelt dan het gewicht en dat kun je vergelijken met andere volken op de stand. Let wel op de soort kasten en het aantal bakken. Het  is een open deur, maar een styropor Segeberger kast is anders van gewicht dan een van vurenhout. Bij twijfel de kast openmaken en controleren. Zo  nodig uit een volk dat rijker is voorzien wat kantramen met gesloten voer omwisselen. Nu kan het nog prima.

In het filmpje (najaar 2016) van Ben Som de Cerff laat hij zien hoe hij de controle op de wintervoorraad doet.

Bodem open of dicht?

Bodem open of dicht?

Voor de varroalade in de kastbodem zijn intrede deed, bestond die uit een houten plaat met hooguit een paar ventilatiegaten. Tegenwoordig beschikt vrijwel iedere imker over gaasbodems met schuiflade. Met de komst van die bodem werd een nieuw dilemma geïntroduceerd: doen we de lade in de winter open of dicht? Een dichte bodem verschaft meer luwte voor het volk. Maar ook zonder de lade trotseren ze met gemak een strenge vorstperiode. Waarom zou je de bodem openzetten en wat is het voordeel van dichtlaten? In Bijenwerk van oktober/november 2013 stond het volgende:

“In een bijenstal met vlakke dichte houten tafels, waarop de bijenkasten staan, mogen de schuifladen achterwege blijven. Het bevordert het drogen van de binnenwanden van de kasten bij condensvorming en voorkomt hiermee schimmelvorming op de kantramen. 
Bij bijenkasten, die in het open veld een halve meter vanaf de grond op balken staan, kan de trekkracht van sterke oostenwind, leiden tot een verhoogd voer gebruik. In die gevallen kan de schuiflade beter geplaatst blijven. Bovendien geeft het de gelegenheid de natuurlijke en gedwongen (na de oxaalzuur behandeling) mijtenval permanent te monitoren.”

Winter-APK helpt onnodige wintersterfte tegengaan

Winter-APK helpt onnodige wintersterfte tegengaan

In 2013 vond de introductie van de Winter-APK plaats: een eenvoudige controle op de volkssterkte in het najaar. Direct bij de eerste koude periode als het volk samengebald op de wintertros zit, kun je gebaseerd op het aantal bezette straatjes tussen de raten zien hoeveel bijen er ongeveer in het volk aanwezig zijn. Dat aantal is de maat voor een sterk, middelmatig of zwak volk.
Drie jaar achtereen hebben een paar honderd imkers meegewerkt aan het testen van de methode en het rapporteren van hun ervaringen. Ben Som de Cerff, bekend van het Bijenblog, begeleidde het geheel.

Straatjes tellen

De Winter-APK houdt in dat het verlies van bijen wordt voorkomen door zwakke volken samen te voegen of een zwakke aan een middelmatige  toe te voegen. Je krijgt daardoor wel minder volken, maar je voorkomt het onnodig verlies van flinke hoeveelheden bijen. Volken die te klein zijn hebben te weinig volume om elkaar bij vorst voldoende warm te houden. In straatjes uitgedrukt is dit: 4 of minder bezette straatjes is een zwak volk met minder dan 5000 bijen. Een wintertros met 5000 bijen zit aan de kritische ondergrens om te kunnen overleven.

Behoud winterbijen

Kritische vraag kan hierbij worden gesteld of je zwakke volken wel in leven wilt houden? Een zwak volk hoeft echter niet perse een ziek of slecht volk te zijn. Grote hoeveelheid varroa in de zomer of laat bestreden, slechte nazomerdracht, een stille moerwisseling, of een koningin die het plotseling laat afweten, kan de oorzaak zijn van stagnatie in de ontwikkeling van het wintervolk. In de winter wordt het volk op de proef gesteld en zal misschien het loodje leggen. Mocht het de donkere maanden overleven dan moet je het wellicht alsnog verenigen. Door dit al in het najaar te doen voorkom je in ieder geval onnodig sterven van de winterbijen. Extra winterbijen in een volk dragen in het voorjaar bij aan een betere voorjaarsontwikkeling.
Verenigen van volken is in dit najaar eenvoudig. De bakken kunnen zonder probleem of op elkaar worden gezet. Een krantenvelletje ertussen hoeft niet.

Lees meer over de Winter-APK 

 

Hoeveelheid winterbijen schatten

Wat is veel? En hoeveel bijen bevat een wintros. Straatjes tellen is een maat. Om hoeveel bijen het gaat laat Simon Hummel zien in zijn Youtube filmpje hieronder. 

Ben Som de Cerff doet het op een andere manier. Hij laat het zien in het BijenBlog.

 

 

 

Wanneer de oxaalzuurbehandeling uitvoeren?

Wanneer de oxaalzuurbehandeling uitvoeren?

Bijenvolken behandelen met oxaalzuur in de winter, de 3e gang van het drie gangen varroabestrijdingsmenu, geeft het beste resultaat als er geen gesloten broed meer in het volk aanwezig is. Dat stadium wordt bereikt drie weken nadat de koningin is gestopt of vrijwel is gestopt met het leggen van eitjes. Dat doet de koningin in de regel na 3 dagen kou met lichte of matige vorst in de nacht. Is die vorst er al half november, dan kun je in de eerste helft van december het oxaalzuur al toedienen. In de volgende editie meer over de bereiding en toepassing van oxaalzuur.  

 

Word volger van het NBV BijenBlog

Het NBV BijenBlog houd je het hele jaar doorlopend op de hoogte van de ontwikkeling van de bijenvolken, van wetenswaardigheden over (honing)bijen en van de imkerpraktijk. Blijf ook op de hoogte. Meld je aan!

 

Opgeslagen broed- en honingramen zijn gewild

Opgeslagen broed- en honingramen zijn gewild

Niet alleen bijenvolken zijn een gewilde plek voor allerlei gespuis om in de winter naar binnen te glippen, ook opgeslagen gebruikte ramen, zeker als ze bebroed zijn geweest en/of voerresten bevatten en buiten staan, zijn doelwit.

  • Muizen zijn dol op oude raat. Ze gaan niet omzichtig tewerk, dus sla de raten goed op. Kunnen ze bij een flinke kier tussen gestapelde bakken dan wordt die groter geknaagd om naar binnen te kunnen.
  • Spechten zijn in staat een gat maken in een styropor Segeberger om een maaltje bijen te bemachtigen.
  • Wasmotten hebben het op bebroede ramen gemunt. De restanten die larven en poppen hebben achtergelaten, is het voer voor de larven. Ze vreten zich kriskras door de raten heen en laten uitwerpselen en spinseldraden achter.
  • De stuifmeelmijt op – hoe kan het anders – heeft stuifmeel op het menu staan. Van mooie gevulde ramen met stuifmeel blijft niet meer dan leeggegeten raten over met daaronder een berg gekleurd poeder.

Lees meer in Imkerpedia over het ontsmetten van ramen in Imkerpedia.


Werken met bijen

Deze rubriek volgt de handeling in bijenvolken op de voet. Maandelijks, gelijktijdig met het verschijnen van Imkernieuws, een nieuw overzicht. De inhoud is gericht praktische handelingen, vaak in combinatie met het NBV BijenBlog en met verwijzing naar de inhoud van Bijenwerk in de periode 2013-2017.

De rubriek staat open voor bijvoorbeeld specifieke informatie over bijenrassen, bedrijfs- en teeltmethoden.

Contact over deze rubriek


Bekijk de andere maanden


terug naar overzicht