Wintersterfte 2014-2015

Jaarlijks vinden twee landelijke onderzoeken naar de wintersterfte onder bijenvolken plaats. 

  • Medio april houden medewerkers van NBV /  Bijen@wur een telefonische steekproef onder imkers. 
  • Later in voorjaar doet het NCB (Romée van der Zee) - maakt deel uit van COLOSS -  dat voor Nederland via een uinodiging met een vragenformulier onder leden van de imkerverenigingen. Afgelopen jaren lagen de uitslagen redelijk in elkaars buurt. Dit jaar wijkt het fors af. De oorzaak wordt voor een belangrijk deel verklaard doordat het NCB het sterftepercentage ophoogt met het percentage volken dat met 'onoverkomelijke problemen van de koningin' te kampen heeft. NCB/COLOSS raakt verstrikt in haar eigen vergelijkende cijfers. 

 

Vragenlijst NCB/COLOSS

NCB rapporteerde in augustus 2015 alle imkers die de vragenlijst over wintersterfte na de winter van 2014-2015 hadden ingezonden. Daarin werd het voorlopig resultaat voor Nederland meegedeeld: "De bijensterfte was in de afgelopen winter (2014-2015) met 18% (gemeten bij 1543 imkers) weer hoger dan het voorgaande jaar. Maar als we naar de laatste bijna 10 jaar kijken, is dat in Nederland eigenlijk een gewone wintersterfte. Bovendien ervaart geen enkele imker de gemiddelde bijensterfte. De meeste imkers hebben bijna geen sterfte, en zoals al opgemerkt, de overige imkers juist heel veel, en vooral in bepaalde gebieden. Daar moet uitgezocht worden wat er nu precies aan de hand is." 

Twee keer zo hoge sterfte in het onderzoekgebied?
Tegelijk met het bericht van NCB maakt COLOSS de resultaten van het onderzoek in Europa, Israël en Noord-Afrika bekend. De gemiddelde wintersterfte van alle deelnemende landen bedraagt 17,4% en is daarmee twee keer zo hoog als de winter van 2013-2014, stelt COLOSS. Hier maakt de organisatie echter een fout.

Het percentage van 17,4% in '14-'15 is inclusief de 3% problemen met de koninginnen na de winter. Het sterftepercentage moet 3% lager zijn: 14,4%. Daarmee is het niet twee keer zo hoog als na de winter 2013-2014 Daar gaat de vergelijking dus mank.

De 18% verlies van volken in Nederland na de winter 2014-2015 is ook niet twee keer zo hoog als in 2013-2014. De 18% bestaat uit 13,65% werkelijke sterfte en 4,35% problemen met koninginnen. In 2013-2014 rapporteerde het NCB 9% sterfte zonder het over koninginnenproblemen te hebben!

Persbericht van COLOSS en aanvullende informatie:

Interview Vroege Vogels
In het programma Vroege Vogels van 12 juli sprak Romée van der Zee met verslaggever Hennie Radstake over haar onderzoek naar giftige stoffen die mogelijk verband houden met de wintersterfte. KLIK >>

 

A-selecte steekproef NBV / Bijen@wur

Hoewel de voortekenen het afgelopen jaar niet fantastisch waren, is de uitval van volken beperkt gebleven tot 9,9%. Dat blijkt uit de steekproef die op donderdagmiddag 2 april onder imkers werd gehouden door Bijen@wur en NBV. Deze vroege enquête werd de afgelopen twee jaar ook gehouden en blijkt een goed beeld te geven van de situatie. In 2014 was de uitval 9,2%, in 2013 13%. 

De steekproef werd uitgevoerd onder ongeveer 500 leden van de NBV. Ruim 200 imkers werden daarvan telefonisch bereikt en bevraagd naar het aantal in 2014 ingewinterde volken en het aantal in 2015 actieve, levende bijenvolken.

In het imkerbestand van de steekproef zitten hobby imkers (verreweg de meeste) en beroepsimkers. Verder waarschijnlijk biologische imkers, imkers die varroa bestrijden en imkers die varroa niet bestrijden. Naar die informatie hebben is niet gevraagd. Het is een doorsnee uit het ledenbestand van de NBV, met al zijn verschillende imkers. 

Opmerkelijk
Vrijwel alle imkers verleenden zeer bereidwillig medewerking aan het onderzoek. Een aantal wilden wel hun verhaal kwijt. Een selectie:

  • Er waren imkers die meer dode volken hadden dan verwacht en zeker meer dan gewenst. Niemand voelde zich echter slachtoffer onverklaarbare bijensterfte. Meestal wist men wat er fout was gegaan.
  • Een imker had alle 7 volken verloren, nadat hij er wel een enorme vracht honing van de reuzenbalsemien mee had geoogst. Alleen in het lang doorlopende honingseizoen (oktober!) was er door de enorme aanvoer van nectar geen plek voor broed in de kast, en daardoor geen verjonging en kon de opbouw van winterbijen niet plaatsvinden.
  • Een flink aantal volken kwamen na bestuivingswerk voor de zaadteelt uit de kassen terug. Voor het oog ontwikkelden ze zich in oktober november nog goed, maar waren toch in het voorjaar dood.  Ook hier te korte tijd om nog een goede populatie winterbijen op te bouwen.
  • Niet controleren op wintervoorraad leverde bij een imker 7 dode volken van de in totaal 10. Oorzaak: voedselgebrek. In ons land is het dat ongebruikelijk. In de VS is dood van volken door gebrek aan wintervoedsel oorzaak nummer 1 van de “onverklaarbare” wintersterfte.