Bijengezondheid
Lezing Dr Aumeier op 6 maart
Samenvatting voordracht Dr Aumeier, Universiteit Bochum Duitsland.
Men zoekt voortdurend de oorzaak van bijensterfte buiten zichzelf. Als je imkers vraagt naar de oorzaken van de bijensterfte, dan wijst men naar gentechniek ( terwijl dat maar op zeer kleine schaal wordt toegepast ), afnemende dracht en pesticiden. Men geeft dus de landbouw de schuld. We moeten de oorzaken echter zoeken bij de gezondheid van onze bijen, bijenziekten en parasieten.
Dr Aumeier : “De verliezen in heel Duitsland ( 30% ) zijn altijd veel groter dan in eigen kring 6 – 10 %. Daarom zeg ik : "Zoek de oorzaak bij de imker zelf.”
2009 werd in 100% van de bijenvolken sporen van Nosema Cerana aangetroffen. Nosema Apis lijkt geheel te zijn verdrongen. Nosema heeft een sterke invloed op de ontwikkeling van volken. Maar bijenvolken kunnen de Nosema overwinnen en het volgend jaar weer goed zijn. Volken die in het voorjaar en zomer achterbleven in ontwikkeling, bleken in oktober dezelfde sterkte te hebben als volken die in voorjaar en zomer een gezonde ontwikkeling doorgemaakt hadden.
Het is nog maar de vraag of Nosema de oorzaak is van de wintersterfte. Een vergelijk tussen een groep zieke volken en een groep gezonde volken levert een verrassend resultaat op : In de gezonde volken werden in een veel hoger percentage volken sporen van allerlei virussen aangetroffen. Conclusie : Gezonde volken hoeven geen last te hebben van allerlei ziekten.
Met laboratoriumproeven is aangetoond dat bijen geen last hebben van klimaatveranderingen. Volken blijken in warme winters ( Tgem > 2,5oC ) beter uit de winter te komen dan in koudere winters.
Allerlei bedenksels om de Varroa te bestrijden zijn tegen het licht gehouden. Zoals roterende ramen, verwarming en onderdompeling in water. Geen van deze toestellen of methoden blijken te werken. Ook geurproeven om mijten af te schrikken leveren geen resultaat op. Wel is de Killerbee beter bestand tegen de varroamijt.
In een groot volk zitten veel meer mijten dan in een minder volk. Dit betekent dat de mijtval in gezonde volken groter zal zijn dan in zwakke volken. Alleen de mijten tellen geeft geen goed beeld. De mijtval moet altijd in relatie met de sterkte van het volk gezien worden. Vergelijk altijd volken van gelijke sterkte.
Onderzoek naar de oorzaak van bijensterfte in relatie tot de varroabestrijding geeft een opvallend resultaat :
Bij toepassing van : Thymol is de wintersterfte 30% Mierenzuur 60%, wintersterfte 25% ( bij toepassing sponsdoekje ) Mierenzuur 85%, wintersterfte 18% ( bij toepassing sponsdoekje ) Mierenzuur 85%, wintersterfte 5% ( bij toepassing Liebig verdamper)
Dus toepassing van de Liebig verdamper met 85% mierenzuur geeft het laagste percentage aan wintersterfte. Organische zuren komen rechtstreeks in de honing terecht. Chemische middelen, oplosbaar in vet, komen via de was in de honing terecht. Van alle toegepaste middelen komen uiteindelijk altijd residuen in de honing terecht.
Dr Aumeier adviseert de Varroa als volgt te bestrijden : - In het voorjaar gesloten darrenbroed verwijderen. Plaats de daarvoor bestemde ramen in de bovenste broedbak. Niet als kantraam, maar op de plaatsen ernaast. - In augustus na de honingoogst, maar voor het inwinteren, behandelen met 85% mierenzuur in de Liebig verdamper. 85% mierenzuur doodt ook alle mijten in het gesloten broed. - In september na het inwinteren 2e behandeling met 85% mierenzuur. - In de winter behandelen met oxaalzuurbehandeling.
Conclusie : Allerlei genoemde oorzaken zijn niet de oorzaak van de wintersterfte. Een adequate Varroa bestrijding geeft veel betere resultaten. In de stallen van Dr Aumeier is de wintersterfte veel lager dan in de rest van Duitsland.
|
|
|
|