Winterbehandeling 2016-2017

In de periode waarin de winterbehandeling met oxaalzuur in de volken plaatsvond werd imkers gevraagd naar zowel de behandelingsmethode en het tijdstip als naar de sterkte van hun bijenvolken. De enquête werd 9 januari gesloten, er deden 200 imkers mee aan het onderzoek.

De voorgaande drie jaar is ervaring opgedaan met de Winter APK. De daarmee verkregen ervaring is ingezet voor het onderzoek in de winter 2016-2017

Hieronder enkele hoofdzaken uit het enquêteverslag. Het hele verslag is na te lezen als PDF-bestand.

Klik hier voor het volledige verslag (PDF)

 

Samenvatting Enquête herfst- en winterbehandeling 

De sterftegegevens uit eigen land laten enigszins verontrustende cijfers zien, waarbij ook het effect van de sjoemelwas zichtbaar lijkt te worden. We moeten met het laatste echter wel voorzichtig zijn, omdat de groep imkers binnen deze enquête met sjoemelwas in absolute aantallen gering was. De sterkte van de volken blijkt fors achter te blijven op de cijfers van voorgaande jaren.

Ruim één op de vijf imkers gaf aan problemen ondervonden te hebben met kunstraat. Het verhoogde sterftecijfer onder volken op sjoemelwas is overigens indicatief. Om harde cijfers te krijgen is nader onderzoek met een hogere respons noodzakelijk. 

Gebruikte middelen en methode van behandelen

Van alle middelen was oxaalzuur het meest populair. De middelen Hive Clean en Bienenwohl bevatten overigens ook oxaalzuur.

  • 85,5% van alle behandelende deelnemers gebruikte de druppelmethode om de oxaalzuursuikerwateroplossing te verstrekken (dec 2014 77,4%, dec 2015 78,2%);
  • 8,5%% van de behandelende deelnemers gebruikte de sublimatie methode (verhitten) om de oxaalzuurkristallen te verspreiden over bijen en mijten (dec 2014: 14,6%, dec 2015: 10,9%);
  • 3% gebruikte Hive Clean of Bienenwohl (vorig jaar 9%)
  • 1 imker heeft de ramen met bijen besproeid met een oxaalzuuroplossing.

Sterkte van de volken eind 2016

De volken zijn door de deelnemende imkers tijdens de oxaalzuurbehandeling onderverdeeld naar zwak, middelmatig en sterk. Indien we de gegevens van de laatste drie jaar op een rijtje zetten, ontstaat het volgende verontrustende beeld:

 

   Sterkte van de bijenvolken aan het eind van het jaar
   (zwak: 4 straatjes of minder; middelmatig 5-6 straatjes; sterk: 7 straatjes of meer)

 

 

Het aantal zwakke volken is dus bijna verdrievoudigd en het aantal middelmatige volken is verdubbeld. Hiermee stijgt het risico op winterverliezen in de echte wintermaanden januari en februari aanzienlijk. De verwachting op wederom een laag sterftecijfer is dus zeker niet gerechtvaardigd. 

Conclusies

Het lijkt dat de ingezette vermindering van de winterverliezen dit jaar een gevoelige knauw krijgt met mogelijk de sjoemelwas als veroorzaker. De sterfte onder de volken op sjoemelwas van deze imkers ligt nu al op 4,8%. Het algemene sterftecijfer bedraagt eind 2016 al 2,6%.

Ruim 20% van de imkers heeft problemen geconstateerd met zijn volken vanwege sjoemelwas.

Indien we de sterftecijfers van de jaren 2013/2014 en 2014/2015 doorrekenen op basis van de in december 2016 geconstateerde sterkte van de volken, dan komt de wintersterfte over 2016/2017 waarschijnlijk uit op een percentage tussen de 7,6 en 18,6%.

Laten we hopen dat het sterftecijfer aan zal sluiten met het cijfer van 2015/2016 en dat we nog onder de 10% blijven. De Duitse prognoses gaan echter in de richting van 18%, Nederland doet het de afgelopen jaren gelukkig beter dan de ons omringende landen.