Grote verschillen in wintersterfte

Het grootschalig onderzoek naar wintersterfte onder bijenvolken laat grote verschillen in Europa zien. Nederland had een relatief lage sterfte afgelopen winter. Dat meldt COLOSS, het wereldwijde onderzoeksnetwerk naar de oorzaken van de wintersterfte.

De coördinator van de controlewerkgroep van COLOSS,  Romée van der Zee van het Nederlands Centrum Bijenonderzoek (NCB) zegt in het persbericht (24 juli 2013) dat er een interessant patroon in de kolonieverliezen in de laatste 3 jaar is waargenomen: opmerkelijk is dat de sterftepatronen zich niet aan de landsgrenzen houden. Het verlies aan bijenvolken is nog steeds hoger dan voor imkers aanvaardbaar is. De oorzaak van de sterfte is volgens Van der Zee terug te voeren op de nodige factoren met inbegrip van het weer. 

Uiteenlopend van 6% tot 37%

Van 19 Europese landen, Israel en Algerije zijn de gegevens van de volkensterfte van afgelopen winter bekend. In totaal meer dan 15.000 imkers leverden informatie over meer dan 280.000 volken. De sterfte varieerde enorm: van 6% in Israel tot 37% in Ierland. In de Verenigde Staten van Amerika bedroeg de wintersterfte 31%.

Polen en Finland hebben een stabiel sterftecijfer van 17%. Zuidoost Europa (Slovakije, Bosnië Herzegovina, Kroatië) hebben een laag jaarlijks gemiddelde onder de 10%, maar er werd wel een lichte stijging in 2012 waargenomen. In Centraal Europa (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) werd een kentering geconstateerd. De afgelopen jaren bedroeg de sterfte meer dan 20%, maar de recente winter bleef het steken op ongeveer 15%. Datzelfde gold voor Nederland. Afgelopen vijf jaar behoorden we tot de landen waar de hoogste sterfte voorkwam, de winter 2012-2013 bedroeg dit ‘slechts’ 15%.
Helaas is in de noordelijke landen (Noorwegen, Zweden, Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk) de sterfte gestegen van ongeveer 15% naar een niveau van boven de 30%. Ierland spant de kroon met een enorm hoog verlies van 37%.

Zie meer informatie op overzichtskaart (PDF) en overzichtstabel (PDF)

 

Eerdere onderzoeken in het voorjaar

70% van de imkers heeft geen last van wintersterfte

In Imkernieuws van 25 maart '13 werd de lezers gevraagd op te geven hoe de bijenvolken de winter zijn doorgekomen. Ruim 700 imkers gaven daar de eerste week na verschijnen gevolg aan.

De uitslag van deze vroege peiling was verrassend en kwam uit op 8% (gebaseerd op de opgave in de week van 25 maart t/m 1 april 2013). Daarmee blijft deze uitslag ver achter bij het gemiddelde van 19% in 2011-2012 van het NCB (Romée van der Zee en Lennard Pisa). Opmerkelijk was dat gemiddeld slechts 30% van de imkers dode volken meldden en 70% dus geen verlies hadden. In alle provincies schommelt dat  percentage rond die zeventig procent.

We moeten niet te vroeg juichen. Duidelijke kanttekening is dat de peling om een vrijwillige opgave van de sterfte gaat en dat de werkelijke cijfers waarschijnlijk hoger liggen. De uitkomst van het onderzoek dat het NCB ook dit jaar weer uitvoert geeft waarschijnlijk meer inzicht.

Telefonische enquête

Om de peiling in Imkernieuws te staven is op 9 april een telefonische enquête gehouden onder de NBV-leden. Daaruit werd duidelijk dat de sterfte boven de 10% uitkomt (de uitkomst wordt in de loop van april in deze pagina opgenomen). Zeker is dat de sterfte aanzienlijk minder is dan in voorgaande winter. Het percentage imkers dat wordt getroffen was eveneens slechts 30% is. 

Samenvatting wintersterfte per provincie (peiling Imkernieuws eind maart 2013)

In sommige delen van het land kwam het percentage twee keer zo hoog uit, maar in het centrale deel was het twee keer zo laag.
(bericht geplaatst op 10 april 2013)

 

  Provincie

Ingewinterd

Uitgewinterd

Sterfte

  Percentage

  Groningen

189

158

31

16  

  Friesland

216

205

11

5  

  Drenthe

477

440

37

8  

  Overijssel

312

293

19

6  

  Flevoland

62

58

4

6  

  Gelderland

1620

1524

96

6  

  Utrecht

295

284

11

4  

  Noord-Holland

409

368

41

10  

  Zuid-Holland

408

340

68

17  

  Zeeland

186

173

13

7  

  Noord-Brabant

1090

1010

80

7  

  Limburg

878

794

85

10